Deelnemers 1 - 20
Benodigdheden Pen,
papier, stift, flipover
Wanneer
gebruiken De methodiek is in te zetten bij het
genereren
van (veel) ideeën.
Bij vooronderstellingen maak je gebruik van het feit dat je bij cruciale begrippen (in een probleemstelling) altijd bewust of onbewust uitgaat van een aantal aannames. Door nu deze aannames op te sporen en bij het zoeken naar oplossingen tijdelijk uit te schakelen of te vervangen door alternatieven kunnen geheel nieuwe inzichten en oplossingsrichtingen een kans krijgen. Hiermee verlaagt deze methodiek onze denkdrempels en maakt hij het mogelijk andere denkpatronen te volgen.
Hoe kunnen we het best deze afdeling automatiseren?'. Bij deze probleemstelling die je nogal eens hoort in het bedrijfsleven, horen een aantal vooronderstellingen. Eén van deze vooronderstellingen is dat de betreffende afdeling beter gaat functioneren als er geautomatiseerd wordt. Door de term 'automatiseren' te vervangen door een andere (bijvoorbeeld 'optimaliseren', 'verbeteren', 'productiever maken') worden geheel nieuwe gezichtspunten geopend en kunnen alternatieve ideeën op tafel komen.
Probeer in onderstaande probleemstelling een aantal cruciale termen te bepalen
en geef daarbij een aantal vooronderstellingen aan:
Om de vooronderstellingen rondom een probleemstelling te ontdekken is nog een andere methode te gebruiken: probeer uit de eerste reeks ideeën (bijvoorbeeld gevonden met een klassieke brainstorm) de gemeenschappelijke kenmerken van die ideeën te noteren. Deze wijzen vaak op vooronderstellingen. Noteer deze en ga van daar uit verder met de werkwijze vanaf stap 3.
< terug© leo groote instituut 2007-2011