stippen
Het instituut heeft ten doel: het bevorderen van de toepassing van creativiteit en creatieve processen in organisaties.
topfoto1

Weerstandsmatrix

Deelnemers 1 - 20
Benodigdheden Pen, papier, stift, flipover
Wanneer gebruiken     De methodiek is in te zetten bij het selecteren en uitwerken van ideeën.

Deze methodiek is bedoeld om gekozen ideeën kritisch te beschouwen, waarbij mogelijke weerstanden vanuit bedrijf of organisatie centraal staan. Door per idee te inventariseren welke groepen/personen veel of weinig weerstand zullen geven kan worden gezocht naar de meest optimale oplossingen. Daarnaast kan onderzocht worden waarom deze weerstanden er zijn en wat er mogelijk aan te doen is.

Werkwijze

  1. Maak een matrix zoals in het voorbeeld aangegeven.
  2. Inventariseer welke groepen of personen met het betreffende idee te maken hebben of krijgen.
  3. Schat met de deelnemers in welke weerstand of instemming er van deze groepen of personen is te verwachten. Doe dit met behulp van ++ (instemming, actieve medewerking), + (instemming, passieve medewerking), 0 (neutraal), - (weerstand, passieve tegenwerking), -- (weerstand, actieve tegenwerking).
  4. Genereer aan de hand van het schema ideeën om de tegenwerking te verminderen.
  5. Selecteer de oplossingen die uiteindelijk het best door de organisatie zullen worden geaccepteerd.

Opdracht

Kies voor een groep vrienden een gezamenlijke vakantiebestemming en probeer met behulp van de matrix de instemming en weerstand te bepalen.

Tips en trucs

  • Voor een nog betere beoordeling zou je ook nog de mate van invloed van de verschillende groepen of personen moeten inschatten. Als je hiertoe in staat bent, kan je een wegingsfactor in de grafiek meenemen en zo nog duidelijker een prioriteitenlijst van weg te nemen weerstanden opstellen.
  • Het bepalen van de mate van invloed kan ook gebruikt worden om in te schatten welke weerstanden worden overruled door instemming of actieve medewerking. Overigens wel een riskante bezigheid, omdat hiermee mogelijk het commitment binnen de organisatie afneemt.

< terug

© leo groote instituut 2007-2011